BC/23-0086
Non fondée
Fondée
Beroepscommissie
Commission d'Appel
Régime de sécurité particulier individuel
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME - PROPORTIONALITEIT
De beroepscommissie heeft het beroep tegen het individueel bijzonder veiligheidsregime ontvankelijk en deels gegrond verklaard. De beslissing tot hernieuwing van het IBVR is gedeeltelijk vernietigd, specifiek voor wat betreft het bezoek van de ouders in een lokaal met een transparante wand. De beroepscommissie concludeerde dat de directeur-generaal onvoldoende deze maatregel onvoldoende onderbouwde. Uit de beslissing blijkt niet voldoende waarom een verscherpt toezicht tijdens de bezoeken in combinatie met de reeds bestaande veiligheidsmaatregelen niet zou volstaan om de veiligheid te waarborgen. Bij het opleggen van beperkende maatregelen, is het altijd van belang om de bescherming van het gezins-en familieleven in het achterhoofd te houden, zowel in het belang van de gedetineerde als in het belang van de familieleden. Voor dat aspect, stelt de beroepscommissie haar beslissing in de plaats.
Verder is de beroepscommissie van oordeel dat de motivering van de directeur-generaal voldoende elementen bevat, die wijzen op een nog steeds actueel vluchtrisico. Het risico op ontvluchting kan gelden als een voortdurende bedreiging voor de veiligheid. Er zijn bovendien enkele versoepelingen geweest, namelijk op vlak van de observatiemaatregelen en de grotere wandeling. Wat de vraag voor deelname aan de gemeenschappelijke wandeling betreft, is de beroepscommissie van oordeel dat de motivering van de directeur-generaal om dat niet toe te kennen volstaat.
De beroepscommissie heeft het beroep tegen het individueel bijzonder veiligheidsregime ontvankelijk en deels gegrond verklaard. De beslissing tot hernieuwing van het IBVR is gedeeltelijk vernietigd, specifiek voor wat betreft het bezoek van de ouders in een lokaal met een transparante wand. De beroepscommissie concludeerde dat de directeur-generaal onvoldoende deze maatregel onvoldoende onderbouwde. Uit de beslissing blijkt niet voldoende waarom een verscherpt toezicht tijdens de bezoeken in combinatie met de reeds bestaande veiligheidsmaatregelen niet zou volstaan om de veiligheid te waarborgen. Bij het opleggen van beperkende maatregelen, is het altijd van belang om de bescherming van het gezins-en familieleven in het achterhoofd te houden, zowel in het belang van de gedetineerde als in het belang van de familieleden. Voor dat aspect, stelt de beroepscommissie haar beslissing in de plaats.
Verder is de beroepscommissie van oordeel dat de motivering van de directeur-generaal voldoende elementen bevat, die wijzen op een nog steeds actueel vluchtrisico. Het risico op ontvluchting kan gelden als een voortdurende bedreiging voor de veiligheid. Er zijn bovendien enkele versoepelingen geweest, namelijk op vlak van de observatiemaatregelen en de grotere wandeling. Wat de vraag voor deelname aan de gemeenschappelijke wandeling betreft, is de beroepscommissie van oordeel dat de motivering van de directeur-generaal om dat niet toe te kennen volstaat.