Ga verder naar de inhoud

BC/23-0020

Non fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Disciplinaire
TUCHTMAATREGEL - VERBODEN SUBSTANTIE - BEWIJS

In dit dossier tekende de klager beroep aan tegen de beslissing van de klachtencommissie om zijn klacht ongegrond te verklaren. De beroepscommissie wijst het beroep af en bevestigt zo de beslissing van de klachtencommissie.

De klacht kwam er nadat klager een tuchtbeslissing had gekregen. De tuchtbeslissing bestond uit 18 dagen ATV. De aanleiding voor die tuchtbeslissing was een RAD waarin melding werd gemaakt van het feit dat er bij de klager verboden substanties gevonden werden. Nadat het personeel het bezit van de verboden substanties vermoedde, weigerde de klager om de bevelen van het personeel op te volgen. Hij zou immers de substantie in zijn mond heben gestoken en proberen doorslikken hebben, maar het personeel kon dit verhinderen. Zelf geeft klager aan zich niets te herinneren. Op de tuchthoorzitting gaf hij echter wel toe dat hij verboden substanties had genuttigd.

Het inrichtingshoofd beroept zich in zijn verweer op deze tegenstrijdige verklaringen en hij duidt op het feit dat de vondst van de verboden substantie een bewezen feit is. Ook het niet-opvolgen van bevelen van het personeel blijkt voldoende duidelijk uit het rapport. De tuchtsanctie is volgens het inrichtingshoofd terecht.

De beroepscommissie volgt de directie in haar oordeel en bevestigt dat de directie over voldoende gegevens beschikte om de feiten als bewezen te verklaren. Immers, RAD's vormen voor de directie van de penitenitaire instellingen een belangrijke basis als bewijs voor tuchtrechtelijke inbreuken. De directie kan er redelijkerwijze van uitgaan dat deze rapporten een correcte weergave zijn van de feiten, tenzij er overtuigende elementen worden aangevoerd die het tegendeel aantonen. Om die reden bevestigt de beroepscommissie de eerdere beslissing van de klachtencommissie. Het beroep van de klager wordt ongegrond beoordeeld.