BC/22-0271
Non fondée
Beroepscommissie
Commission d'Appel
Fouille à corps
Appel partiel sur une décision de Commission des plaintes
FOUILLE - TEGEMOETKOMING - BEVOEGDHEID
In dit dossier bevestigt de beroepscommissie de beslissing van de klachtencommissie. Het beroep, ingesteld door de klager, werd (gedeeltelijk) ontvankelijk maar ongegrond verklaard.
De klager diende klacht in tegen een fouille op het lichaam, die werd uitgevoerd zonder dat de klager achteraf een schriftelijke motivatie van de beslissing tot fouille verkreeg. De klachtencommissie oordeelde dat de klacht gegrond was. Er werd een passende tegemoetkoming voorzien, die bestond uit een extra individuele wandeling. De klager tekende beroep aan tegen deze beslissing, alsook tegen zijn feitelijke overplaatsing naar een andere PI. Hij verhoopte als tegemoetkoming een overplaatsing te bekomen naar zijn vroegere verblijfplaats.
De beroepscommissie verduidelijkt dat een overplaatsing enkel via de beroepscommissie kan worden aangevochten indien het een beslissing van de directeur-generaal betreft. Dit was in dit dossier niet het geval. De overplaatsing werd namelijk gerealiseerd doordat de dienst detentiebeheer van een tijdelijke time-out, een definitieve transfer maakte. Verder bevestigt de beroepscommissie dat de fouille inderdaad niet volgens de wettelijke voorwaarden is verlopen. Ze maakt echter ook meteen duidelijk dat ze niet bevoegd is om een overplaatsing toe te kennen als tegemoetkoming. Die bevoegdheid is voorbehouden aan de directeur-generaal. Ook is de beroepscommissie van mening dat de tegemoetkoming in dit geval passend was.
Na te hebben benadrukt dat het wel degelijk van belang is om de gedetineerde te betrekken in de aanwijzing van een passende tegemoetkoming, oordeelt de beroepscommissie dat het beroep ongegrond is.
In dit dossier bevestigt de beroepscommissie de beslissing van de klachtencommissie. Het beroep, ingesteld door de klager, werd (gedeeltelijk) ontvankelijk maar ongegrond verklaard.
De klager diende klacht in tegen een fouille op het lichaam, die werd uitgevoerd zonder dat de klager achteraf een schriftelijke motivatie van de beslissing tot fouille verkreeg. De klachtencommissie oordeelde dat de klacht gegrond was. Er werd een passende tegemoetkoming voorzien, die bestond uit een extra individuele wandeling. De klager tekende beroep aan tegen deze beslissing, alsook tegen zijn feitelijke overplaatsing naar een andere PI. Hij verhoopte als tegemoetkoming een overplaatsing te bekomen naar zijn vroegere verblijfplaats.
De beroepscommissie verduidelijkt dat een overplaatsing enkel via de beroepscommissie kan worden aangevochten indien het een beslissing van de directeur-generaal betreft. Dit was in dit dossier niet het geval. De overplaatsing werd namelijk gerealiseerd doordat de dienst detentiebeheer van een tijdelijke time-out, een definitieve transfer maakte. Verder bevestigt de beroepscommissie dat de fouille inderdaad niet volgens de wettelijke voorwaarden is verlopen. Ze maakt echter ook meteen duidelijk dat ze niet bevoegd is om een overplaatsing toe te kennen als tegemoetkoming. Die bevoegdheid is voorbehouden aan de directeur-generaal. Ook is de beroepscommissie van mening dat de tegemoetkoming in dit geval passend was.
Na te hebben benadrukt dat het wel degelijk van belang is om de gedetineerde te betrekken in de aanwijzing van een passende tegemoetkoming, oordeelt de beroepscommissie dat het beroep ongegrond is.