Ga verder naar de inhoud

BC/22-0230

Fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Autre décision directeur Mesure provisoire Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG - CELMUTATIE

De in de bestreden beslissing aangenomen tenlastelegging vindt steun in het RAD, dat door een PBA en getuige werd ondertekend, in duidelijke bewoordingen werd opgesteld en op afdoende wijze de feiten beschrijft die door de directie als tuchtfeiten worden gekwalificeerd. De in het rapport geduide feiten worden door appellant tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting vervolgens louter ontkend, zonder enig (begin van) tegenindicatie aan te voeren die de directeur moet onderzoeken of beoordelen. Appellant toont niet aan dat het inrichtingshoofd bij de feitenvinding niet de nodige zorgvuldigheid aan de dag heeft gelegd, zodat de directeur de feiten, zoals duidelijk beschreven in het RAD, voor waar kon aannemen. Het beroep is ongegrond wat betreft de voorlopige maatregel en tuchtsanctie.
De directie kan niet gevolgd worden waar zij meent de ordemaatregel tot afzetting van werk onmiddellijk diende te nemen, te samen met de tuchtsanctie van ATV. Integendeel, door deze ordemaatregel tegelijk met de tuchtsanctie op te leggen, doet deze zich voor als een dubbele (verdoken) tuchtsanctie, aangezien de afzetting werk lijkt te zijn genomen met als doel de gedetineerde bijkomend te bestraffen voor de feiten uit het RAD, bovenop de tuchtsanctie van ATV. Door klager te samen met de algemene tuchtsanctie ook te ontslaan, omzeilt de directeur bovendien het cumulverbod uit artikel 143 §3 van de Basiswet, op grond waarvan een ATV niet kan worden gecumuleerd met andere sancties, zoals de afzetting van werk uit artikel 133, 6° Basiswet.
Er kan niet lichtzinnig worden besloten tot een ontslag, dat immers raakt aan een subjectief recht van de gedetineerde en dat hem zijn enige mogelijke bron van inkomsten ontneemt (die dienen voor zijn re-integratie en desgevallend terugbetalen van schadevergoedingen of gerechtskosten). De wetgever heeft de afzetting van werk dan ook willen beperken tot de meest flagrante gevallen, door het verlies van werk als een specifieke tuchtsanctie te voorzien.
Aangezien de bestreden celmutatie het directe gevolg was van de ontslagbeslissing, dient ook dit organisatorische gevolg teruggedraaid te worden, zodat klager terug op een monocel kan verblijven zoals voorbehouden voor sectiedienders.