Ga verder naar de inhoud

BC/22-0212

Non fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Mesure de sécurité particulière
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL

De klachtencommissie verwees terecht naar het bepaalde in artikel 111 §2 en §3 van de Basiswet, op grond waarvan eerst de tuchtprocedure dient te worden doorlopen wanneer de feiten tevens het karakter hebben een tuchtrechtelijke inbreuk.
De directeur heeft de tuchtprocedure gaandeweg – en in het bijzonder tijdens de hoorzitting – omgezet naar een BVM-procedure, zonder zich verder uit te spreken over het vervolg van de aangevatte tuchtprocedure.
De directeur kan bovendien niet zomaar stilzwijgend besluiten om geen tuchtsanctie op te leggen, omdat dit niet strookt met het rechtszekerheidsbeginsel en geen blijk geeft van zorgvuldige besluitvorming.
Aangezien de feiten uit de voorliggende rapporten aan de directeur (ook) een tuchtvergrijp uitmaken, kon de directie bijgevolg niet wettig aan de klager meteen een bijzondere veiligheidsmaatregel opleggen.

De verlengingen van een BVM dienen in casu te worden gezien als loutere gevolgaktes van de initiële BVM, daar deze berusten op dezelfde juridische en feitelijke grondslagen. In de motivatie van de verlengingen staat te lezen dat er geen nieuwe meldingen van incidenten zijn sinds de datum van de oorspronkelijke beslissing tot BVM.
Bijgevolg kan de klachtencommissie worden gevolgd in de mate dat de vernietiging van de initiële BVM de vernietiging van de navolgende verlengingen met zich meebrengt.