Ga verder naar de inhoud

BC/22-0200

Non fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - SUBSIDIARITEIT

De motivering in de beslissing tot fouille aan het lichaam is geïndividualiseerd en concreet, met name dat een personeelslid klager een ‘overgegooid’ pakketje heeft zien oprapen tijdens de wandeling. Er is sprake van een discretionaire bevoegdheid bij het nemen van een beslissing tot fouille aan het lichaam, in die zin dat de directie de ‘individuele aanwijzingen’ invult. De beroepscommissie meent dat aan de directie geen onzorgvuldigheid verweten kan worden door zich te steunen op een vaststelling van een personeelslid.

In de beslissing is evenwel niet gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om na te gaan of klager in het bezit was van het pakketje. Een onderzoek aan het lichaam heeft nochtans een subsidiair karakter en moet beschouwd worden als ultimum remedium. Wanneer een minder ingrijpende methode, zoals bijvoorbeeld een fouille op de kledij, niet volstaat, moet men motiveren waarom dat zo is. De motivering voldoet niet aan dit aspect.

De redenering dat er een standaard motivering zou moeten worden toegevoegd aan eender welke beslissing tot fouillering op het lichaam, gaat lijnrecht in tegen de concrete en precieze formele motiveringsverplichting in het kader van een individuele
bestuurshandeling. De motivering moet evenredig zijn aan het belang van de beslissing en met de omvang van de beleidsvrijheid waarover het bestuur beschikt. Een beslissing tot fouillering op het lichaam is per definitie een ingrijpende beslissing, zodat zij des te uitvoeriger moet worden gemotiveerd. Gedetineerden genieten aldus wel degelijk de gepaste rechtsbescherming doordat zij kennis moeten kunnen nemen van de concrete motieven waarom een onderzoek aan de kledij niet voldoende is. De klachtencommissie kan dan ook geen te extensieve lezing van de betrokken paragrafen uit artikel 108 van de Basiswet worden verweten.

Het beroep is ongegrond.

!Opgelet! Er is een cassatieberoep hangend bij de Raad van State in dit dossier.
Er werd een klachtendossier met referentie KC29/22-0091 opgestart