Ga verder naar de inhoud

BC/22-0117

Non fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Disciplinaire
TUCHT

Aangezien de basiswet geen bijzonder bewijsstelsel instelt, kan de directeur voor het bewijs van het tuchtrechtelijk gesanctioneerd feit niet alleen steunen op bekentenissen of vaststaande bewijzen, maar ook op getuigenissen en vermoedens. Bij gebrek aan een regeling van de bewijswaarde komt het de directie toe binnen de grenzen van de redelijkheid de bewijswaarde te beoordelen van de gegevens uit het tuchtdossier om tot een bepaalde overtuiging te komen. Het rapport voor de directeur dat een penitentiair beambte opstelt wanneer hij een feit vaststelt waarvan hij vermoedt dat het een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakt, zoals artikel 144 van de basiswet voorschrijft, is een gegeven waarop de directie haar beoordeling van het bestaan en de ernst van de feiten kan steunen. Dit neemt niet weg dat wanneer de feiten worden betwist, het de directie toekomt rekening te houden met het verweer van de gedetineerde om de bewijswaarde van het rapport te beoordelen.
De klager ontweek tijdens de tuchthoorzitting, hoewel door een advocaat bijgestaan, het debat over de feiten. Ook in zijn klachtenformulier voerde de klager geen geloofwaardige betwisting. De directie kon redelijkerwijs de feiten bewezen verklaren.