ORDEMAATREGEL - BEROEP NA SCHORSING - VORM- DEPONERING VOORWERPEN - VERZEGELING
Een verzoek tot schorsing dient te worden gevraagd in hetzelfde beroepschrift waarin de vernietiging wordt gevorderd. Aangezien het appellante alsnog een volwaardig beroepschrift indiende binnen de termijn van 7 dagen na betekening van de uitspraak van de klachtencommissie, is het beroep ontvankelijk. Aangezien appellante alsnog een volwaardig beroepschrift indiende binnen de termijn van 7 dagen na betekening van de bestreden uitspraak, is het beroep ontvankelijk.
De bestreden beslissing tot deponering van de Playstation betreft in feite een ongedateerd schrijven van appellante, waarin klager een inbreuk op het HHR wordt verweten en waarin hoogstens wordt verwezen naar de algemene handhavingsplicht van de directie uit artikel 105 §2 van de Basiswet. Aan deze bepaling kan het inrichtingshoofd evenwel geen bevoegdheid ontlenen om welbepaalde maatregelen te nemen. De klachtencommissie wees daarentegen terecht op het algemene basisbeginsel dat de gedetineerde aan geen andere beperkingen van zijn rechten worden onderworpen dan deze die uit de strafrechtelijke veroordeling of de vrijheidsbenemende maatregel voortvloeien, deze die onlosmakelijk met de vrijheidsbeneming verbonden zijn en deze die door of krachtens de Basiswet worden bepaald. Hoewel de beroepscommissie zich terdege bewust is van de problematiek van het verstoppen van contrabanden in elektrische apparaten en de directie hier gepast op moet kunnen reageren, bevat de Basiswet de nodige rechtsgronden om gepaste maatregelen te nemen. Zowel voor het opleggen van een tuchtsanctie, als voor het opleggen van een BVM heeft de Basiswet een specifieke procedure met welbepaalde waarborgen vastgelegd.
Los van de verdere vraag of klager al dan niet met opzet de zegel heeft verbroken, kan hij worden gevolgd waar hij aangeeft dat het inrichtingshoofd met de bestreden deponeringsbeslissing deze waarborgen uit de Basiswet heeft omzeild.
Een verzoek tot schorsing dient te worden gevraagd in hetzelfde beroepschrift waarin de vernietiging wordt gevorderd. Aangezien het appellante alsnog een volwaardig beroepschrift indiende binnen de termijn van 7 dagen na betekening van de uitspraak van de klachtencommissie, is het beroep ontvankelijk. Aangezien appellante alsnog een volwaardig beroepschrift indiende binnen de termijn van 7 dagen na betekening van de bestreden uitspraak, is het beroep ontvankelijk.
De bestreden beslissing tot deponering van de Playstation betreft in feite een ongedateerd schrijven van appellante, waarin klager een inbreuk op het HHR wordt verweten en waarin hoogstens wordt verwezen naar de algemene handhavingsplicht van de directie uit artikel 105 §2 van de Basiswet. Aan deze bepaling kan het inrichtingshoofd evenwel geen bevoegdheid ontlenen om welbepaalde maatregelen te nemen. De klachtencommissie wees daarentegen terecht op het algemene basisbeginsel dat de gedetineerde aan geen andere beperkingen van zijn rechten worden onderworpen dan deze die uit de strafrechtelijke veroordeling of de vrijheidsbenemende maatregel voortvloeien, deze die onlosmakelijk met de vrijheidsbeneming verbonden zijn en deze die door of krachtens de Basiswet worden bepaald. Hoewel de beroepscommissie zich terdege bewust is van de problematiek van het verstoppen van contrabanden in elektrische apparaten en de directie hier gepast op moet kunnen reageren, bevat de Basiswet de nodige rechtsgronden om gepaste maatregelen te nemen. Zowel voor het opleggen van een tuchtsanctie, als voor het opleggen van een BVM heeft de Basiswet een specifieke procedure met welbepaalde waarborgen vastgelegd.
Los van de verdere vraag of klager al dan niet met opzet de zegel heeft verbroken, kan hij worden gevolgd waar hij aangeeft dat het inrichtingshoofd met de bestreden deponeringsbeslissing deze waarborgen uit de Basiswet heeft omzeild.