Ga verder naar de inhoud

BC/22-0060

Fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Transfèrement
OVERPLAATSING

De beslissing tot overplaatsing van de beroepsindiener van de gevangenis van Dendermonde naar de gevangenis van Hoogstraten steunt op redenen die noch op zichzelf, noch samen de beslissing verantwoorden. De overweging dat de gevangenis van Dendermonde als arresthuis fungeert, te kampen heeft met een hoge overbevolking en dat definitief veroordeelden er niet kunnen blijven zitten voor het uitzitten van hun straf volstaat op zichzelf niet om, zonder afweging tegenover andere belangen, de overplaatsing te verantwoorden. Al is een meerderheid van de gedetineerde personen in de gevangenis van Dendermonde beklaagde en al kampt de instelling met een overbevolking, dit belet niet dat er in de gevangenis van Dendermonde ook definitief veroordeelden zijn ingesloten. Momenteel verblijft de beroepsindiener in de gevangenis van Dendermonde. Bij een afweging van de verschillende belangen moet ook duidelijk worden gemaakt waarom een plaatsing van de betrokkene in de gevangenis van Dendermonde dermate weinig aangewezen is dat voor de betrokkene, anders dan voor andere definitief veroordeelden, geen plaats in de gevangenis van Dendermonde is. De wijze waarop de betrokkene zijn detentie in de gevangenis van Dendermonde invult en de keuze van de beroepsindiener om in tweede instantie Hoogstraten te verkiezen, zijn geen werkelijk doorslaggevende redenen om een overplaatsing naar de gevangenis van Hoogstraten door te voeren terwijl wel vaststaat dat een overplaatsing op onevenredige wijze afbreuk zou doen aan andere belangen. De beslissing tot overplaatsing is in elk geval voorbarig genomen aangezien de directeur-generaal bevestigt dat het inderdaad belangrijk is pas tot overplaatsing over te gaan op het ogenblik waarop de PSD haar psychosociaal verslag heeft afgewerkt. Ten slotte is er het doorslaggevende belang dat de beroepsindiener heeft om het bezoek door zijn drie kinderen te behouden. Gelet op de plaatsing van twee kinderen in een instelling en van een derde kind in een pleeggezin in de regio van Sint-Niklaas zou een overplaatsing naar het veel verder gelegen Hoogstraten de mogelijkheden van dit kinderbezoek, dat thans wekelijks plaatsvindt, ernstig bemoeilijken terwijl een digitaal contact, zeker gelet op hun leeftijd (8, 6 en 4 jaar), geen alternatief is voor een werkelijk ouder-kind contact. De penitentiaire administratie is niet na een zorgvuldige afweging van alle in het geding betrokken belangen en niet in redelijkheid tot de bestreden beslissing kunnen komen.