Ga verder naar de inhoud

BC/21-0144

Non fondée Fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Disciplinaire
TUCHT - CAMERABEELDEN - MOTIVERINGSPLICHT

Geïntimeerde betwist de feiten zoals ze beschreven zijn in het RAD. Hij stelt dat hij geduwd werd door de beambte, wat zijn reactie zou verantwoorden. De Klachtencommissie heeft in haar beslissing de aanbeveling opgenomen om in zulke gevallen toch de camerabeelden te bekijken en is van oordeel dat de feitenvinding onzorgvuldig was.

Rapporten aan de directeur vormen voor de directie van de penitentiaire inrichting een belangrijke basis als bewijs voor een tuchtrechtelijke inbreuk. De directie kan er redelijkerwijze van uitgaan dat deze rapporten een correcte weergave zijn van de feiten, tenzij er overtuigende elementen worden aangevoerd die het tegendeel aantonen.

De Beroepscommissie volgt het argument van appellant dat het niet vereist was om de camerabeelden te bekijken. De directie beoordeelt vrij of dit nuttig of nodig is. Wanneer zij meent dat de weergave van de feiten in het RAD voldoende duidelijk is om de feiten als bewezen te verklaren, zal zij dit niet nodig achten en is zij dan ook niet verplicht om verdere onderzoeksdaden uit te voeren, zoals het horen van getuigen of het bekijken van camerabeelden. Appellant brengt geen concrete, noch overtuigende tegenindicaties aan waarom de directie zich niet enkel op het RAD kon steunen voor het nemen van haar beslissing. De Beroepscommissie is van oordeel dat de directie de feiten als bewezen kon verklaren en geen verdere onderzoeksdaden diende te stellen, zoals het bekijken van de camerabeelden.

Wat de motivering van de tuchtbeslissing betreft, is de Klachtencommissie van oordeel dat deze niet overeenstemt met de vereisten van art. 8 van de Basiswet. Dit artikel bepaalt dat alle beslissingen die in het kader van de Basiswet genomen worden met redenen omkleed moeten zijn. Dat wil zeggen dat de gedetineerde op basis van de beslissing moet kunnen weten voor welke feiten hij gesanctioneerd wordt en waarom.

De motivering van de beslissing is zeer vaag en algemeen. Hoewel het niet nodig is om het RAD letterlijk over te nemen in de motivering van de beslissing, is het wel belangrijk om de specifieke elementen aan te halen die de directie bewegen tot het weerhouden van de inbreuk en het opleggen van de sanctie.
De Beroepscommissie is bijgevolg van oordeel dat de beslissing niet voldoet aan de formele motiveringsplicht.

Aangezien de feiten wel duidelijk omschreven zijn en ook de rol van geïntimeerde duidelijk is, beslist de Beroepscommissie echter om geen tegemoetkoming toe te kennen.

Het beroep is bijgevolg deels ongegrond.